Wat is Wifi

Slider

Wat is WiFi

WiFi, WLAN of draadloos internet is een techniek die door middel van radiogolven data kan overbrengen tussen 1 of meerdere punten. De voordelen zijn dat er kan worden gecommuniceerd op locaties waar geen bekabelde verbinding is of mogelijk is of waar vrijheid van beweging wenselijk is. Het nadeel is dat draadloze verbindingen over het algemeen wat onstabieler kunnen zijn.

WiFi frequentie

Momenteel onderscheiden wij 2 frequenties die voor WiFi gebruikt worden. 2.4Ghz is de meest gebruikte frequentie, waarbij 5Ghz frequentie later is toegevoegd aangezien hier meer verschillende kanalen gekozen kunnen worden, aangezien de kanalen op 2,4Ghz band aardig vol begonnen te lopen. Denk ook aan draadloze rookmelders, alarmsystemen, automatische deuropeners, muis en toetsenbord, bluetooth en diverse IoT toepassingen. Het bereik van een 2,4GHz is in de regel veel groter dan een 5GHz netwerk. Echter is de bandbreedte van een 5GHz aanzienlijk groter dan een 2,4Ghz netwerk. Bedenk dus vooraf goed waar u het netwerk voor gaat gebruiken en wat de omgevingssituatie is.

WiFi infrastructuur

Om in een bepaald gebied draadloos toegang te creëren is een netwerk plan nodig. Vooraf is het belangrijk om te weten hoe groot het gebied is, welke obstakels en zijn en hoeveel bandbreedte er nodig is per cliënt. Men kan meerdere acces points plaatsen die onderling, veelal, bekabeld zijn aangesloten zodat 1 netwerk via verschillende acces points opgezet kan worden. Via Roaming technieken kan eventueel ingesteld worden dat cliënts zich vrij kunnen bewegen in het gebied zonder dataverlies.

WiFi ad-hoc

Bij deze vorm van netwerk worden twee computers/cliënts direct met elkaar verbonden zonder tussenkomst van een acces point. Ondanks dat deze methode tegenwoordig vrijwel niet meer gebruikt wordt is deze wel eens handig voor het overzetten van data tussen 2 apparaten.Mesh netwerken

Een Mesh netwerk is vrijwel hetzelfde als een infrastructuur met meerdere acces points. Echter zijn hierbij de Acces points onderling niet altijd bekabeld aangesloten, maar hebben de Acces points onderling ook draadloos een verbinding. Bij Mesh kan het voorkomen dat een Acces point zelfs met meerdere Acces points tegelijk verbinding heeft en zelf de meest optimale weg zoekt voor de cliënt, zonder dat de cliënt hier iets van merkt.

Straalverbinding

Een straal verbinding bestaat uit twee of meerdere zenders die een draadloze brug vormen. Verbindingen van dit type worden met verschillende technieken gerealiseerd, waaronder WiFi. Met een WiFi straalverbinding kunt u eenvoudig afstanden tot 4,5 kilometer overbruggen zonder al te veel in te leveren op snelheid. Op deze manier is het eenvoudig mogelijk om bijvoorbeeld een verbinding te leggen tussen een kantoor en warehouse, of meerdere warehouses en zelfs verschillende vestigingen van uw bedrijf. Tevens wordt er bijvoorbeeld een tijdelijk internet verbinding gerealiseerd vanuit een locatie voor een festival. Een straalverbinding tussen twee zenders wordt ook wel een point-to-point genoemd, waarbij meerdere straalverbindingen naar één centrale zender een point-to-multipoint wordt genoemd. Om de betrouwbaarheid van een straalverbinding te garanderen wordt voor de installatie een zogenaamde line-of-sight meting verricht, waarbij wordt gekeken of er zich geen obstakels tussen de opstelpunten bevinden. Daarnaast wordt gekeken naar de meest geschikte frequentieband als ook de maximaal haalbare snelheid.

Wat is een acces point ?

Een Access Point is een onderdeel van een draadloos netwerk en verzorgt de communicatie van en naar een bekabeld netwerk. WiFi cliënts die willen communiceren met het achterliggende netwerk kunnen verbinden maken met een Access Point (associëren) en zich kenbaar maken (authentiseren) om zodoende toegang te krijgen tot het (bekabelde) netwerk. We onderscheiden grofweg de volgende varianten:

Single radio access points bevatten veelal alleen 2,4Ghz communicate.

Dual radio access points bevatten zowel 2,4Ghz als een 5Ghz netwerk. Op deze manier kunnen alle soorten WiFi clients verbinding maken. Dit is tevens handig wanneer men op de tweede radio, op 5Ghz, een Mesh netwerk of point-to-point verbinding wilt bouwen.

Enterprise acces point zijn er zowel in single radio als is dual radio varianten, waarmee men meerdere (gescheiden) wifi netwerk kan maken om zo verschillende diensten over hun eigen netwerk te laten communiceren. Zo kan men met een enkel apparaat meerdere WiFi netwerken aanbieden zonder per netwerk hardware aan te moeten schaffen.

SiteSurvey

Bij een sitesurvey brengt men op een locatie de draadloze mogelijkheden in kaart of het bereik van een bestaand netwerk. Zodoende krijgt men inzichtelijk waar er bereik is en waar storingsbronnen aanwezig zijn. Een sitesurvey is enorm van belang bij een opzet waar meerdere access points nodig zijn. Dit behoedt tegen problemen achteraf wat enorm veel kosten met zich mee kan brengen die u nu kunt besparen. Vraag naar de mogelijkheden voor zowel een nieuwe locatie als een second opinion van een bestaand wifi netwerk.

WiFi snelheden

In het WiFi spectrum hanteren we verschillende technieken en snelheden/stabiliteit. Dit kan varieren van een 1Mbit/s t/m Gigabit snelheden. Ja inderdaad is het goed mogelijk hogere snelheden te behalen dan in sommige situaties met glasvezel. Wij hebben meerdere projecten opgeleverd waarbij men een aanwezige glasvezel verbinding gebruikt als back-up voor het snellere WiFi netwerk.

802.11 legacy

De originele versie van de standaard, vastgelegd in 1997, specificeert 2 snelheden: 1 en 2 megabits per seconde te verzenden met signalen in de “Industrial Scientific Medical frequency band” op de frequentie 2,4 GHz. Infrarood is nog steeds een deel van de standaard maar heeft geen bestaande implementaties.

De originele 802.11 definieert daarnaast Carrier Sense Multiple Access with Collision Avoidance (CSMA/CA) als het netwerkprotocol. Een belangrijk deel van de beschikbare capaciteit per kanaal wordt daarbij gebruikt om de betrouwbaarheid van verzonden data te garanderen onder diverse omgevingscondities.

Ten minste vijf verschillende (min of meer compatibele) commerciële producten gebruikten de originele standaard. Producten van bedrijven zoals Alvarion (PRO.11 en BreezeAccess-II), Netwave Technologies (AirSurfer Plus en AirSurfer Pro) en Proxim (OpenAir). Een tekortkoming van de originele standaard is dat deze zo vrij was dat onderlinge compatibiliteit soms erg moeilijk te realiseren was. Het is meer een “meta-specificatie” dan een nauwkeurige en duidelijke specificatie. Hierdoor konden individuele commerciële bedrijven hun producten flexibel differentiëren. Legacy 802.11 werd snel aangevuld door 802.11b.

802.11b

In 1999 werd de 802.11b-toevoeging goedgekeurd. 802.11b heeft een maximale doorvoersnelheid van 11 megabit per seconde (Mbit/s). Door CSMA-/CA-protocol overhead wordt in de praktijk 5,9 Mbit/s gehaald met TCP en 7,1 met UDP. 802.11b-producten verschenen zeer snel op de markt omdat 802.11b een directe uitbreiding was van de DSSS (Direct-sequence spread spectrum) modulatietechniek die gedefinieerd was in de originele standaard. Feitelijk gebruikt de 802.11b-standaard Complementary code keying (CCK) als modulatietechniek, een variant op CDMA. Hierdoor konden chipsets en producten gemakkelijk opgewaardeerd worden met de verbeteringen omschreven in de 802.11b standaard. De sterk verbeterde doorvoersnelheid (11 Mbit/s in plaats van 1 of 2) zorgde ervoor dat 802.11b snel geaccepteerd werd als de blijvende standaard voor draadloze netwerktechnologie. 802.11b wordt meestal gebruikt in een point-to-multipoint-configuratie (1 punt naar meerdere punten), waarbij één accesspoint (draadloos toegangspunt) via een omni-directionele antenne communiceert met andere clients die in het bereik zijn van het centrale accesspoint. Het bereik is ongeveer 30 m met 11 Mbit/s, maar je komt zelfs tot 90 m met 1 Mbit/s. Door high-gain-antennes te gebruiken (bundeling van straling, ook wel bekend als de beroemde Pringles-bus-antennes) kunnen zelfs point-to-point-verbindingen opgezet worden tot een afstand van ongeveer 8 km. De records liggen zelfs op 120 km, maar hierbij is gebruikgemaakt van speciale antennes, zeer gevoelige ontvangers, goede weersomstandigheden en line of sight. Deze worden dan gebruikt om dure huurlijnen of omslachtige microgolf-apparatuur te vervangen. De antennes gaan in dit soort extreme gevallen overigens soms wel over de wettelijk toegestane grenzen heen voor antennestraling. 802.11b-kaarten halen een doorvoersnelheid van 11 Mbit/sec, maar kunnen terugschakelen naar 5,5 of 2 of 1 Mbit (dit staat bekend als Adaptive Rate Selection) als de signaal/ruis-kwaliteit te slecht wordt. Doordat de lagere doorvoersnelheden minder complexe en meer controletechnieken gebruiken, zijn ze minder gevoelig voor foutieve dataoverdracht. Sommige bedrijven hebben toevoegingen gedaan aan de 802.11b-standaard zoals “channel bonding” (bundelen van kanalen) en “transmission burst” om snelheden van 22, 33 en 44 Mbit/s te halen. Veel bedrijven noemen deze toevoegingen 802.11b+. Deze toevoegingen zijn echter propriëtair en nooit goedgekeurd door de IEEE. Daarnaast zijn ze overbodig geworden door de ontwikkeling van de nieuwere standaard 802.11g, die compatibel is met 802.11b en waarmee snelheden tot 54 Mbit/s gehaald kunnen worden.

802.11a

De 802.11a-toevoeging werd goedgekeurd in 1999. De 802.11a-standaard gebruikt hetzelfde kernprotocol als de originele standaard, gebruikt de 5GHz-band, en gebruikt 52-subcarrier orthogonal frequency-division multiplexing (OFDM). Theoretisch is de maximale doorvoersnelheid 54 Mbit/s, maar meestal worden snelheden tussen 20 en 30 Mbit/s gehaald. Indien 54 Mbit/s niet haalbaar is, dan kan de datarate teruggeschakeld worden naar 48, 36, 24, 18, 12, 9 en 6 Mbit/s. 802.11a heeft 12 niet-overlappende kanalen, 8 voor binnenhuisgebruik en 4 voor point-to-pointverbindingen. 802.11a- en 802.11b-apparatuur kan niet samenwerken, tenzij apparatuur beide implementaties ondersteunt.

Omdat de 2,4GHz-band het meest gebruikt wordt, heeft de 5GHz-band het voordeel van minder interferentie. Maar deze hoge frequentie heeft ook zijn nadelen. 802.11a kan bijna uitsluitend gebruikt worden als de antennes elkaar rechtstreeks kunnen zien (line of sight), er zijn soms dus meerdere toegangspunten nodig. 802.11a reikt niet zo ver als 802.11b bij het gebruik van eenzelfde vermogen, doordat de hogere frequentie bij hetzelfde vermogen sneller geabsorbeerd wordt door obstakels.

802.11g

Een derde modulatiestandaard werd goedgekeurd in juni 2003: 802.11g. Deze standaard werkt in de 2,4GHz-band (net als 802.11b), maar heeft een theoretische maximale doorvoersnelheid van 54 Mbit/s. Maar net zoals bij 802.11a worden meestal snelheden rond de 25 Mbit/s gehaald. 802.11g is volledig compatibel met de 802.11b-standaard. De standaarden b en g goed samen laten werken was een slepend technisch proces. In oudere 802.11g-netwerken veroorzaakt de aanwezigheid van een 802.11b-deelnemer duidelijke vertragingen.

De modulatietechniek van 802.11g is OFDM voor datarates van 6, 9, 12, 18, 24, 36, 48 en 54 Mbit/s, en gebruikt (net als 802.11b) CCK voor 5,5 en 11 Mbit/s, en DBPSK/DQPSK+DSS voor 1 en 2 Mbit/s. Zelfs terwijl 802.11g in dezelfde frequentieband opereert als 802.11b, kan het hogere data-rates halen, vanwege zijn gelijkenis met 802.11a. Het maximumbereik van 802.11g-devices is iets groter dan dat van 802.11b-devices, maar het bereik waarin een cliënt de volledige dataratesnelheid (54 Mbit/s) kan halen is veel kleiner dan die bij 802.11b.

De 802.11g-standaard werd voor het eerst in consumentenapparatuur toegepast in januari 2003, nog voordat de standaard werd goedgekeurd. Maar bedrijven hapten nog niet toe, en ook Cisco en andere belangrijke producenten wachtten op goedkeuring. In de zomer van 2003 regende het aankondigingen. Veel 802.11a/b-producten werden vervangen door 802.11a/b/g-producten.

Ondanks zijn acceptatie heeft 802.11g last van dezelfde interferentie als 802.11b; beide opereren in dezelfde 2,4GHz-band en hebben soms last van apparaten als magnetrons, Bluetooth-devices en draadloze telefoons.

802.11n

De IEEE kondigde in januari 2004 aan dat het een nieuwe 802.11-werkgroep gevormd had om een nieuwe toevoeging aan de 802.11-standaard voor te bereiden. Het officiële doel was dat de datadoorvoer (technisch gedefinieerd als de doorvoer boven de Medium Access Controller.  (MAC)) een theoretische 100 Mbit/s moest halen (wat een snelheid van minstens 130 Mbit/s op de fysieke layer vereist).

Voor marketingdoeleinden wordt echter gemikt op minimaal 5 maal de snelheid van de huidige 802.11a en 802.11g, die op hun beurt weer 5 maal sneller zijn dan 802.11b wat op zijn beurt weer ongeveer 5 maal sneller is dan de originele 802.11-specificatie. Voornamelijk om de makers van mobiele telefoons tegemoet te komen is de minimale vereiste doorvoer op de fysieke laag echter niet hoger dan 65 Mbit/s voor terminals (voor access points is dit 130 Mbit/s).

De primaire onderliggende techniek is een combinatie van MIMO, Multiple Input Multiple Output en de nu in de specificatie vastgelegde channelbonding, gecombineerd met efficiëntere aggregatie methoden in de MAC laag. Het gebruik van MIMO vergt meerdere antennes waarover meerdere (maximaal 4) datastromen parallel worden verstuurd. De bonding van maximaal twee kanalen verhoogt de datadoorvoer met een factor 2. De totale doorvoer in de fysieke laag is dus 8 maal zo hoog als in 802.11a.

Sinds ongeveer halverwege 2004 concurreerden twee voorstellen voor de 802.11n-standaard: WWise (ondersteund door bedrijven zoals Airgo Networks, Broadcom, Conexant, STMicroelectronics, Nokia, Motorola en Texas Instruments) en TGn Sync (ondersteund door onder andere Intel, Agere Systems, Atheros, Cisco, Nortel, Sony, Philips, Samsung en Toshiba). De strijd tussen deze twee kampen werd in januari 2006 beslecht met een compromis, dat als eerste kladstandaard als IEEE 802.11n werd aangenomen.

Die eerste draft leverde meer dan 10.000 opmerkingen en vragen op. Daarom werd een tweede kladversie gepubliceerd in januari 2007 die aangenomen werd op 12 maart 2007. De final approval van de 802.11n-standaard volgde uiteindelijk op 11 september 2009.

Op 14 april 2006 presenteerden Linksys, Netgear, Buffalo Technology, Belkin en D-Link de eerste pre-802.11n-routers, vaak gebaseerd op de Airgo-chipset. Later kwamen de meeste fabrikanten ook met draft-802.11n toestellen uit, maar hierover was de ontgoocheling vrij algemeen: de prestaties van de pre-802.11n-toestellen moeten zeker niet onderdoen voor hun recentere kladversiebroertjes. Vooral bij langere afstand zijn de pre-n-routers vlotter dan de klad-n-routers.

In januari 2007 kondigt Apple aan dat zijn meest recente Core 2 Duo-apparatuur pre-802.11n-compatibel is. Daarnaast brengen ze een Airport Extreme-router uit, die werkt volgens de pre-802.11n-standaard.

802.11ac

De IEEE heeft 802.11ac voor december 2012 op de agenda. 802.11ac moet 1Gbps-snelheden bieden, deze snelheid wordt mogelijk door 3 antennes te gebruiken in plaats van de gebruikelijke twee en zal de 5GHz-band gebruiken met kanalen ter breedte van 80 MHz

802.11u

De IEEE 802.11u-standaard maakt roaming over wifinetwerken mogelijk. Apparaten kunnen automatisch herkennen of ze over een wifinetwerk kunnen roamen naar het internet.

wat is WiFI

WiFi, WLAN of draadloos internet is een techniek die door middel van radiogolven data kan overbrengen tussen 1 of meerdere punten. De voordelen zijn dat er kan worden gecommuniceerd op locaties waar geen bekabelde verbinding is of mogelijk is of waar vrijheid van beweging wenselijk is. Het nadeel is dat draadloze verbindingen over het algemeen wat onstabieler kunnen zijn.

WiFi frequentie

Momenteel onderscheiden wij 2 frequenties die voor WiFi gebruikt worden. 2.4Ghz is de meest gebruikte frequentie, waarbij 5Ghz frequentie later is toegevoegd aangezien hier meer verschillende kanalen gekozen kunnen worden, aangezien de kanalen op 2,4Ghz band aardig vol begonnen te lopen. Denk ook aan draadloze rookmelders, alarmsystemen, automatische deuropeners, muis en toetsenbord, bluetooth en diverse IoT toepassingen. Het bereik van een 2,4GHz is in de regel veel groter dan een 5GHz netwerk. Echter is de bandbreedte van een 5GHz aanzienlijk groter dan een 2,4Ghz netwerk. Bedenk dus vooraf goed waar u het netwerk voor gaat gebruiken en wat de omgevingssituatie is.

WiFi infrastructuur

Om in een bepaald gebied draadloos toegang te creëren is een netwerk plan nodig. Vooraf is het belangrijk om te weten hoe groot het gebied is, welke obstakels en zijn en hoeveel bandbreedte er nodig is per cliënt. Men kan meerdere acces points plaatsen die onderling, veelal, bekabeld zijn aangesloten zodat 1 netwerk via verschillende acces points opgezet kan worden. Via Roaming technieken kan eventueel ingesteld worden dat cliënts zich vrij kunnen bewegen in het gebied zonder dataverlies.

WiFi ad-hoc

Bij deze vorm van netwerk worden twee computers/cliënts direct met elkaar verbonden zonder tussenkomst van een acces point. Ondanks dat deze methode tegenwoordig vrijwel niet meer gebruikt wordt is deze wel eens handig voor het overzetten van data tussen 2 apparaten.Mesh netwerken

Een Mesh netwerk is vrijwel hetzelfde als een infrastructuur met meerdere acces points. Echter zijn hierbij de Acces points onderling niet altijd bekabeld aangesloten, maar hebben de Acces points onderling ook draadloos een verbinding. Bij Mesh kan het voorkomen dat een Acces point zelfs met meerdere Acces points tegelijk verbinding heeft en zelf de meest optimale weg zoekt voor de cliënt, zonder dat de cliënt hier iets van merkt.

Straalverbinding

Een straal verbinding bestaat uit twee of meerdere zenders die een draadloze brug vormen. Verbindingen van dit type worden met verschillende technieken gerealiseerd, waaronder WiFi. Met een WiFi straalverbinding kunt u eenvoudig afstanden tot 4,5 kilometer overbruggen zonder al te veel in te leveren op snelheid. Op deze manier is het eenvoudig mogelijk om bijvoorbeeld een verbinding te leggen tussen een kantoor en warehouse, of meerdere warehouses en zelfs verschillende vestigingen van uw bedrijf. Tevens wordt er bijvoorbeeld een tijdelijk internet verbinding gerealiseerd vanuit een locatie voor een festival. Een straalverbinding tussen twee zenders wordt ook wel een point-to-point genoemd, waarbij meerdere straalverbindingen naar één centrale zender een point-to-multipoint wordt genoemd. Om de betrouwbaarheid van een straalverbinding te garanderen wordt voor de installatie een zogenaamde line-of-sight meting verricht, waarbij wordt gekeken of er zich geen obstakels tussen de opstelpunten bevinden. Daarnaast wordt gekeken naar de meest geschikte frequentieband als ook de maximaal haalbare snelheid.

Wat is een acces point ?

Een Access Point is een onderdeel van een draadloos netwerk en verzorgt de communicatie van en naar een bekabeld netwerk. WiFi cliënts die willen communiceren met het achterliggende netwerk kunnen verbinden maken met een Access Point (associëren) en zich kenbaar maken (authentiseren) om zodoende toegang te krijgen tot het (bekabelde) netwerk. We onderscheiden grofweg de volgende varianten:

Single radio access points bevatten veelal alleen 2,4Ghz communicate.

Dual radio access points bevatten zowel 2,4Ghz als een 5Ghz netwerk. Op deze manier kunnen alle soorten WiFi clients verbinding maken. Dit is tevens handig wanneer men op de tweede radio, op 5Ghz, een Mesh netwerk of point-to-point verbinding wilt bouwen.

Enterprise acces point zijn er zowel in single radio als is dual radio varianten, waarmee men meerdere (gescheiden) wifi netwerk kan maken om zo verschillende diensten over hun eigen netwerk te laten communiceren. Zo kan men met een enkel apparaat meerdere WiFi netwerken aanbieden zonder per netwerk hardware aan te moeten schaffen.

SiteSurvey

Bij een sitesurvey brengt men op een locatie de draadloze mogelijkheden in kaart of het bereik van een bestaand netwerk. Zodoende krijgt men inzichtelijk waar er bereik is en waar storingsbronnen aanwezig zijn. Een sitesurvey is enorm van belang bij een opzet waar meerdere access points nodig zijn. Dit behoedt tegen problemen achteraf wat enorm veel kosten met zich mee kan brengen die u nu kunt besparen. Vraag naar de mogelijkheden voor zowel een nieuwe locatie als een second opinion van een bestaand wifi netwerk.

WiFi snelheden

In het WiFi spectrum hanteren we verschillende technieken en snelheden/stabiliteit. Dit kan varieren van een 1Mbit/s t/m Gigabit snelheden. Ja inderdaad is het goed mogelijk hogere snelheden te behalen dan in sommige situaties met glasvezel. Wij hebben meerdere projecten opgeleverd waarbij men een aanwezige glasvezel verbinding gebruikt als back-up voor het snellere WiFi netwerk.

802.11 legacy

De originele versie van de standaard, vastgelegd in 1997, specificeert 2 snelheden: 1 en 2 megabits per seconde te verzenden met signalen in de “Industrial Scientific Medical frequency band” op de frequentie 2,4 GHz. Infrarood is nog steeds een deel van de standaard maar heeft geen bestaande implementaties.

De originele 802.11 definieert daarnaast Carrier Sense Multiple Access with Collision Avoidance (CSMA/CA) als het netwerkprotocol. Een belangrijk deel van de beschikbare capaciteit per kanaal wordt daarbij gebruikt om de betrouwbaarheid van verzonden data te garanderen onder diverse omgevingscondities.

Ten minste vijf verschillende (min of meer compatibele) commerciële producten gebruikten de originele standaard. Producten van bedrijven zoals Alvarion (PRO.11 en BreezeAccess-II), Netwave Technologies (AirSurfer Plus en AirSurfer Pro) en Proxim (OpenAir). Een tekortkoming van de originele standaard is dat deze zo vrij was dat onderlinge compatibiliteit soms erg moeilijk te realiseren was. Het is meer een “meta-specificatie” dan een nauwkeurige en duidelijke specificatie. Hierdoor konden individuele commerciële bedrijven hun producten flexibel differentiëren. Legacy 802.11 werd snel aangevuld door 802.11b.

802.11b

In 1999 werd de 802.11b-toevoeging goedgekeurd. 802.11b heeft een maximale doorvoersnelheid van 11 megabit per seconde (Mbit/s). Door CSMA-/CA-protocol overhead wordt in de praktijk 5,9 Mbit/s gehaald met TCP en 7,1 met UDP. 802.11b-producten verschenen zeer snel op de markt omdat 802.11b een directe uitbreiding was van de DSSS (Direct-sequence spread spectrum) modulatietechniek die gedefinieerd was in de originele standaard. Feitelijk gebruikt de 802.11b-standaard Complementary code keying (CCK) als modulatietechniek, een variant op CDMA. Hierdoor konden chipsets en producten gemakkelijk opgewaardeerd worden met de verbeteringen omschreven in de 802.11b standaard. De sterk verbeterde doorvoersnelheid (11 Mbit/s in plaats van 1 of 2) zorgde ervoor dat 802.11b snel geaccepteerd werd als de blijvende standaard voor draadloze netwerktechnologie. 802.11b wordt meestal gebruikt in een point-to-multipoint-configuratie (1 punt naar meerdere punten), waarbij één accesspoint (draadloos toegangspunt) via een omni-directionele antenne communiceert met andere clients die in het bereik zijn van het centrale accesspoint. Het bereik is ongeveer 30 m met 11 Mbit/s, maar je komt zelfs tot 90 m met 1 Mbit/s. Door high-gain-antennes te gebruiken (bundeling van straling, ook wel bekend als de beroemde Pringles-bus-antennes) kunnen zelfs point-to-point-verbindingen opgezet worden tot een afstand van ongeveer 8 km. De records liggen zelfs op 120 km, maar hierbij is gebruikgemaakt van speciale antennes, zeer gevoelige ontvangers, goede weersomstandigheden en line of sight. Deze worden dan gebruikt om dure huurlijnen of omslachtige microgolf-apparatuur te vervangen. De antennes gaan in dit soort extreme gevallen overigens soms wel over de wettelijk toegestane grenzen heen voor antennestraling. 802.11b-kaarten halen een doorvoersnelheid van 11 Mbit/sec, maar kunnen terugschakelen naar 5,5 of 2 of 1 Mbit (dit staat bekend als Adaptive Rate Selection) als de signaal/ruis-kwaliteit te slecht wordt. Doordat de lagere doorvoersnelheden minder complexe en meer controletechnieken gebruiken, zijn ze minder gevoelig voor foutieve dataoverdracht. Sommige bedrijven hebben toevoegingen gedaan aan de 802.11b-standaard zoals “channel bonding” (bundelen van kanalen) en “transmission burst” om snelheden van 22, 33 en 44 Mbit/s te halen. Veel bedrijven noemen deze toevoegingen 802.11b+. Deze toevoegingen zijn echter propriëtair en nooit goedgekeurd door de IEEE. Daarnaast zijn ze overbodig geworden door de ontwikkeling van de nieuwere standaard 802.11g, die compatibel is met 802.11b en waarmee snelheden tot 54 Mbit/s gehaald kunnen worden.

802.11a

De 802.11a-toevoeging werd goedgekeurd in 1999. De 802.11a-standaard gebruikt hetzelfde kernprotocol als de originele standaard, gebruikt de 5GHz-band, en gebruikt 52-subcarrier orthogonal frequency-division multiplexing (OFDM). Theoretisch is de maximale doorvoersnelheid 54 Mbit/s, maar meestal worden snelheden tussen 20 en 30 Mbit/s gehaald. Indien 54 Mbit/s niet haalbaar is, dan kan de datarate teruggeschakeld worden naar 48, 36, 24, 18, 12, 9 en 6 Mbit/s. 802.11a heeft 12 niet-overlappende kanalen, 8 voor binnenhuisgebruik en 4 voor point-to-pointverbindingen. 802.11a- en 802.11b-apparatuur kan niet samenwerken, tenzij apparatuur beide implementaties ondersteunt.

Omdat de 2,4GHz-band het meest gebruikt wordt, heeft de 5GHz-band het voordeel van minder interferentie. Maar deze hoge frequentie heeft ook zijn nadelen. 802.11a kan bijna uitsluitend gebruikt worden als de antennes elkaar rechtstreeks kunnen zien (line of sight), er zijn soms dus meerdere toegangspunten nodig. 802.11a reikt niet zo ver als 802.11b bij het gebruik van eenzelfde vermogen, doordat de hogere frequentie bij hetzelfde vermogen sneller geabsorbeerd wordt door obstakels.

802.11g

Een derde modulatiestandaard werd goedgekeurd in juni 2003: 802.11g. Deze standaard werkt in de 2,4GHz-band (net als 802.11b), maar heeft een theoretische maximale doorvoersnelheid van 54 Mbit/s. Maar net zoals bij 802.11a worden meestal snelheden rond de 25 Mbit/s gehaald. 802.11g is volledig compatibel met de 802.11b-standaard. De standaarden b en g goed samen laten werken was een slepend technisch proces. In oudere 802.11g-netwerken veroorzaakt de aanwezigheid van een 802.11b-deelnemer duidelijke vertragingen.

De modulatietechniek van 802.11g is OFDM voor datarates van 6, 9, 12, 18, 24, 36, 48 en 54 Mbit/s, en gebruikt (net als 802.11b) CCK voor 5,5 en 11 Mbit/s, en DBPSK/DQPSK+DSS voor 1 en 2 Mbit/s. Zelfs terwijl 802.11g in dezelfde frequentieband opereert als 802.11b, kan het hogere data-rates halen, vanwege zijn gelijkenis met 802.11a. Het maximumbereik van 802.11g-devices is iets groter dan dat van 802.11b-devices, maar het bereik waarin een cliënt de volledige dataratesnelheid (54 Mbit/s) kan halen is veel kleiner dan die bij 802.11b.

De 802.11g-standaard werd voor het eerst in consumentenapparatuur toegepast in januari 2003, nog voordat de standaard werd goedgekeurd. Maar bedrijven hapten nog niet toe, en ook Cisco en andere belangrijke producenten wachtten op goedkeuring. In de zomer van 2003 regende het aankondigingen. Veel 802.11a/b-producten werden vervangen door 802.11a/b/g-producten.

Ondanks zijn acceptatie heeft 802.11g last van dezelfde interferentie als 802.11b; beide opereren in dezelfde 2,4GHz-band en hebben soms last van apparaten als magnetrons, Bluetooth-devices en draadloze telefoons.

802.11n

De IEEE kondigde in januari 2004 aan dat het een nieuwe 802.11-werkgroep gevormd had om een nieuwe toevoeging aan de 802.11-standaard voor te bereiden. Het officiële doel was dat de datadoorvoer (technisch gedefinieerd als de doorvoer boven de Medium Access Controller.  (MAC)) een theoretische 100 Mbit/s moest halen (wat een snelheid van minstens 130 Mbit/s op de fysieke layer vereist).

Voor marketingdoeleinden wordt echter gemikt op minimaal 5 maal de snelheid van de huidige 802.11a en 802.11g, die op hun beurt weer 5 maal sneller zijn dan 802.11b wat op zijn beurt weer ongeveer 5 maal sneller is dan de originele 802.11-specificatie. Voornamelijk om de makers van mobiele telefoons tegemoet te komen is de minimale vereiste doorvoer op de fysieke laag echter niet hoger dan 65 Mbit/s voor terminals (voor access points is dit 130 Mbit/s).

De primaire onderliggende techniek is een combinatie van MIMO, Multiple Input Multiple Output en de nu in de specificatie vastgelegde channelbonding, gecombineerd met efficiëntere aggregatie methoden in de MAC laag. Het gebruik van MIMO vergt meerdere antennes waarover meerdere (maximaal 4) datastromen parallel worden verstuurd. De bonding van maximaal twee kanalen verhoogt de datadoorvoer met een factor 2. De totale doorvoer in de fysieke laag is dus 8 maal zo hoog als in 802.11a.

Sinds ongeveer halverwege 2004 concurreerden twee voorstellen voor de 802.11n-standaard: WWise (ondersteund door bedrijven zoals Airgo Networks, Broadcom, Conexant, STMicroelectronics, Nokia, Motorola en Texas Instruments) en TGn Sync (ondersteund door onder andere Intel, Agere Systems, Atheros, Cisco, Nortel, Sony, Philips, Samsung en Toshiba). De strijd tussen deze twee kampen werd in januari 2006 beslecht met een compromis, dat als eerste kladstandaard als IEEE 802.11n werd aangenomen.

Die eerste draft leverde meer dan 10.000 opmerkingen en vragen op. Daarom werd een tweede kladversie gepubliceerd in januari 2007 die aangenomen werd op 12 maart 2007. De final approval van de 802.11n-standaard volgde uiteindelijk op 11 september 2009.

Op 14 april 2006 presenteerden Linksys, Netgear, Buffalo Technology, Belkin en D-Link de eerste pre-802.11n-routers, vaak gebaseerd op de Airgo-chipset. Later kwamen de meeste fabrikanten ook met draft-802.11n toestellen uit, maar hierover was de ontgoocheling vrij algemeen: de prestaties van de pre-802.11n-toestellen moeten zeker niet onderdoen voor hun recentere kladversiebroertjes. Vooral bij langere afstand zijn de pre-n-routers vlotter dan de klad-n-routers.

In januari 2007 kondigt Apple aan dat zijn meest recente Core 2 Duo-apparatuur pre-802.11n-compatibel is. Daarnaast brengen ze een Airport Extreme-router uit, die werkt volgens de pre-802.11n-standaard.

802.11ac

De IEEE heeft 802.11ac voor december 2012 op de agenda. 802.11ac moet 1Gbps-snelheden bieden, deze snelheid wordt mogelijk door 3 antennes te gebruiken in plaats van de gebruikelijke twee en zal de 5GHz-band gebruiken met kanalen ter breedte van 80 MHz

802.11u

De IEEE 802.11u-standaard maakt roaming over wifinetwerken mogelijk. Apparaten kunnen automatisch herkennen of ze over een wifinetwerk kunnen roamen naar het internet.

Wat is WiFi

WiFi, WLAN of draadloos internet is een techniek die door middel van radiogolven data kan overbrengen tussen 1 of meerdere punten. De voordelen zijn dat er kan worden gecommuniceerd op locaties waar geen bekabelde verbinding is of mogelijk is of waar vrijheid van beweging wenselijk is. Het nadeel is dat draadloze verbindingen over het algemeen wat onstabieler kunnen zijn.

WiFi frequentie

Momenteel onderscheiden wij 2 frequenties die voor WiFi gebruikt worden. 2.4Ghz is de meest gebruikte frequentie, waarbij 5Ghz frequentie later is toegevoegd aangezien hier meer verschillende kanalen gekozen kunnen worden, aangezien de kanalen op 2,4Ghz band aardig vol begonnen te lopen. Denk ook aan draadloze rookmelders, alarmsystemen, automatische deuropeners, muis en toetsenbord, bluetooth en diverse IoT toepassingen. Het bereik van een 2,4GHz is in de regel veel groter dan een 5GHz netwerk. Echter is de bandbreedte van een 5GHz aanzienlijk groter dan een 2,4Ghz netwerk. Bedenk dus vooraf goed waar u het netwerk voor gaat gebruiken en wat de omgevingssituatie is.

WiFi infrastructuur

Om in een bepaald gebied draadloos toegang te creëren is een netwerk plan nodig. Vooraf is het belangrijk om te weten hoe groot het gebied is, welke obstakels en zijn en hoeveel bandbreedte er nodig is per cliënt. Men kan meerdere acces points plaatsen die onderling, veelal, bekabeld zijn aangesloten zodat 1 netwerk via verschillende acces points opgezet kan worden. Via Roaming technieken kan eventueel ingesteld worden dat cliënts zich vrij kunnen bewegen in het gebied zonder dataverlies.

WiFi ad-hoc

Bij deze vorm van netwerk worden twee computers/cliënts direct met elkaar verbonden zonder tussenkomst van een acces point. Ondanks dat deze methode tegenwoordig vrijwel niet meer gebruikt wordt is deze wel eens handig voor het overzetten van data tussen 2 apparaten.Mesh netwerken

Een Mesh netwerk is vrijwel hetzelfde als een infrastructuur met meerdere acces points. Echter zijn hierbij de Acces points onderling niet altijd bekabeld aangesloten, maar hebben de Acces points onderling ook draadloos een verbinding. Bij Mesh kan het voorkomen dat een Acces point zelfs met meerdere Acces points tegelijk verbinding heeft en zelf de meest optimale weg zoekt voor de cliënt, zonder dat de cliënt hier iets van merkt.

Straalverbinding

Een straal verbinding bestaat uit twee of meerdere zenders die een draadloze brug vormen. Verbindingen van dit type worden met verschillende technieken gerealiseerd, waaronder WiFi. Met een WiFi straalverbinding kunt u eenvoudig afstanden tot 4,5 kilometer overbruggen zonder al te veel in te leveren op snelheid. Op deze manier is het eenvoudig mogelijk om bijvoorbeeld een verbinding te leggen tussen een kantoor en warehouse, of meerdere warehouses en zelfs verschillende vestigingen van uw bedrijf. Tevens wordt er bijvoorbeeld een tijdelijk internet verbinding gerealiseerd vanuit een locatie voor een festival. Een straalverbinding tussen twee zenders wordt ook wel een point-to-point genoemd, waarbij meerdere straalverbindingen naar één centrale zender een point-to-multipoint wordt genoemd. Om de betrouwbaarheid van een straalverbinding te garanderen wordt voor de installatie een zogenaamde line-of-sight meting verricht, waarbij wordt gekeken of er zich geen obstakels tussen de opstelpunten bevinden. Daarnaast wordt gekeken naar de meest geschikte frequentieband als ook de maximaal haalbare snelheid.

Wat is een acces point ?

Een Access Point is een onderdeel van een draadloos netwerk en verzorgt de communicatie van en naar een bekabeld netwerk. WiFi cliënts die willen communiceren met het achterliggende netwerk kunnen verbinden maken met een Access Point (associëren) en zich kenbaar maken (authentiseren) om zodoende toegang te krijgen tot het (bekabelde) netwerk. We onderscheiden grofweg de volgende varianten:

Single radio access points bevatten veelal alleen 2,4Ghz communicate.

Dual radio access points bevatten zowel 2,4Ghz als een 5Ghz netwerk. Op deze manier kunnen alle soorten WiFi clients verbinding maken. Dit is tevens handig wanneer men op de tweede radio, op 5Ghz, een Mesh netwerk of point-to-point verbinding wilt bouwen.

Enterprise acces point zijn er zowel in single radio als is dual radio varianten, waarmee men meerdere (gescheiden) wifi netwerk kan maken om zo verschillende diensten over hun eigen netwerk te laten communiceren. Zo kan men met een enkel apparaat meerdere WiFi netwerken aanbieden zonder per netwerk hardware aan te moeten schaffen.

SiteSurvey

Bij een sitesurvey brengt men op een locatie de draadloze mogelijkheden in kaart of het bereik van een bestaand netwerk. Zodoende krijgt men inzichtelijk waar er bereik is en waar storingsbronnen aanwezig zijn. Een sitesurvey is enorm van belang bij een opzet waar meerdere access points nodig zijn. Dit behoedt tegen problemen achteraf wat enorm veel kosten met zich mee kan brengen die u nu kunt besparen. Vraag naar de mogelijkheden voor zowel een nieuwe locatie als een second opinion van een bestaand wifi netwerk.

WiFi snelheden

In het WiFi spectrum hanteren we verschillende technieken en snelheden/stabiliteit. Dit kan varieren van een 1Mbit/s t/m Gigabit snelheden. Ja inderdaad is het goed mogelijk hogere snelheden te behalen dan in sommige situaties met glasvezel. Wij hebben meerdere projecten opgeleverd waarbij men een aanwezige glasvezel verbinding gebruikt als back-up voor het snellere WiFi netwerk.

802.11 legacy

De originele versie van de standaard, vastgelegd in 1997, specificeert 2 snelheden: 1 en 2 megabits per seconde te verzenden met signalen in de “Industrial Scientific Medical frequency band” op de frequentie 2,4 GHz. Infrarood is nog steeds een deel van de standaard maar heeft geen bestaande implementaties.

De originele 802.11 definieert daarnaast Carrier Sense Multiple Access with Collision Avoidance (CSMA/CA) als het netwerkprotocol. Een belangrijk deel van de beschikbare capaciteit per kanaal wordt daarbij gebruikt om de betrouwbaarheid van verzonden data te garanderen onder diverse omgevingscondities.

Ten minste vijf verschillende (min of meer compatibele) commerciële producten gebruikten de originele standaard. Producten van bedrijven zoals Alvarion (PRO.11 en BreezeAccess-II), Netwave Technologies (AirSurfer Plus en AirSurfer Pro) en Proxim (OpenAir). Een tekortkoming van de originele standaard is dat deze zo vrij was dat onderlinge compatibiliteit soms erg moeilijk te realiseren was. Het is meer een “meta-specificatie” dan een nauwkeurige en duidelijke specificatie. Hierdoor konden individuele commerciële bedrijven hun producten flexibel differentiëren. Legacy 802.11 werd snel aangevuld door 802.11b.

802.11b

In 1999 werd de 802.11b-toevoeging goedgekeurd. 802.11b heeft een maximale doorvoersnelheid van 11 megabit per seconde (Mbit/s). Door CSMA-/CA-protocol overhead wordt in de praktijk 5,9 Mbit/s gehaald met TCP en 7,1 met UDP. 802.11b-producten verschenen zeer snel op de markt omdat 802.11b een directe uitbreiding was van de DSSS (Direct-sequence spread spectrum) modulatietechniek die gedefinieerd was in de originele standaard. Feitelijk gebruikt de 802.11b-standaard Complementary code keying (CCK) als modulatietechniek, een variant op CDMA. Hierdoor konden chipsets en producten gemakkelijk opgewaardeerd worden met de verbeteringen omschreven in de 802.11b standaard. De sterk verbeterde doorvoersnelheid (11 Mbit/s in plaats van 1 of 2) zorgde ervoor dat 802.11b snel geaccepteerd werd als de blijvende standaard voor draadloze netwerktechnologie. 802.11b wordt meestal gebruikt in een point-to-multipoint-configuratie (1 punt naar meerdere punten), waarbij één accesspoint (draadloos toegangspunt) via een omni-directionele antenne communiceert met andere clients die in het bereik zijn van het centrale accesspoint. Het bereik is ongeveer 30 m met 11 Mbit/s, maar je komt zelfs tot 90 m met 1 Mbit/s. Door high-gain-antennes te gebruiken (bundeling van straling, ook wel bekend als de beroemde Pringles-bus-antennes) kunnen zelfs point-to-point-verbindingen opgezet worden tot een afstand van ongeveer 8 km. De records liggen zelfs op 120 km, maar hierbij is gebruikgemaakt van speciale antennes, zeer gevoelige ontvangers, goede weersomstandigheden en line of sight. Deze worden dan gebruikt om dure huurlijnen of omslachtige microgolf-apparatuur te vervangen. De antennes gaan in dit soort extreme gevallen overigens soms wel over de wettelijk toegestane grenzen heen voor antennestraling. 802.11b-kaarten halen een doorvoersnelheid van 11 Mbit/sec, maar kunnen terugschakelen naar 5,5 of 2 of 1 Mbit (dit staat bekend als Adaptive Rate Selection) als de signaal/ruis-kwaliteit te slecht wordt. Doordat de lagere doorvoersnelheden minder complexe en meer controletechnieken gebruiken, zijn ze minder gevoelig voor foutieve dataoverdracht. Sommige bedrijven hebben toevoegingen gedaan aan de 802.11b-standaard zoals “channel bonding” (bundelen van kanalen) en “transmission burst” om snelheden van 22, 33 en 44 Mbit/s te halen. Veel bedrijven noemen deze toevoegingen 802.11b+. Deze toevoegingen zijn echter propriëtair en nooit goedgekeurd door de IEEE. Daarnaast zijn ze overbodig geworden door de ontwikkeling van de nieuwere standaard 802.11g, die compatibel is met 802.11b en waarmee snelheden tot 54 Mbit/s gehaald kunnen worden.

802.11a

De 802.11a-toevoeging werd goedgekeurd in 1999. De 802.11a-standaard gebruikt hetzelfde kernprotocol als de originele standaard, gebruikt de 5GHz-band, en gebruikt 52-subcarrier orthogonal frequency-division multiplexing (OFDM). Theoretisch is de maximale doorvoersnelheid 54 Mbit/s, maar meestal worden snelheden tussen 20 en 30 Mbit/s gehaald. Indien 54 Mbit/s niet haalbaar is, dan kan de datarate teruggeschakeld worden naar 48, 36, 24, 18, 12, 9 en 6 Mbit/s. 802.11a heeft 12 niet-overlappende kanalen, 8 voor binnenhuisgebruik en 4 voor point-to-pointverbindingen. 802.11a- en 802.11b-apparatuur kan niet samenwerken, tenzij apparatuur beide implementaties ondersteunt.

Omdat de 2,4GHz-band het meest gebruikt wordt, heeft de 5GHz-band het voordeel van minder interferentie. Maar deze hoge frequentie heeft ook zijn nadelen. 802.11a kan bijna uitsluitend gebruikt worden als de antennes elkaar rechtstreeks kunnen zien (line of sight), er zijn soms dus meerdere toegangspunten nodig. 802.11a reikt niet zo ver als 802.11b bij het gebruik van eenzelfde vermogen, doordat de hogere frequentie bij hetzelfde vermogen sneller geabsorbeerd wordt door obstakels.

802.11g

Een derde modulatiestandaard werd goedgekeurd in juni 2003: 802.11g. Deze standaard werkt in de 2,4GHz-band (net als 802.11b), maar heeft een theoretische maximale doorvoersnelheid van 54 Mbit/s. Maar net zoals bij 802.11a worden meestal snelheden rond de 25 Mbit/s gehaald. 802.11g is volledig compatibel met de 802.11b-standaard. De standaarden b en g goed samen laten werken was een slepend technisch proces. In oudere 802.11g-netwerken veroorzaakt de aanwezigheid van een 802.11b-deelnemer duidelijke vertragingen.

De modulatietechniek van 802.11g is OFDM voor datarates van 6, 9, 12, 18, 24, 36, 48 en 54 Mbit/s, en gebruikt (net als 802.11b) CCK voor 5,5 en 11 Mbit/s, en DBPSK/DQPSK+DSS voor 1 en 2 Mbit/s. Zelfs terwijl 802.11g in dezelfde frequentieband opereert als 802.11b, kan het hogere data-rates halen, vanwege zijn gelijkenis met 802.11a. Het maximumbereik van 802.11g-devices is iets groter dan dat van 802.11b-devices, maar het bereik waarin een cliënt de volledige dataratesnelheid (54 Mbit/s) kan halen is veel kleiner dan die bij 802.11b.

De 802.11g-standaard werd voor het eerst in consumentenapparatuur toegepast in januari 2003, nog voordat de standaard werd goedgekeurd. Maar bedrijven hapten nog niet toe, en ook Cisco en andere belangrijke producenten wachtten op goedkeuring. In de zomer van 2003 regende het aankondigingen. Veel 802.11a/b-producten werden vervangen door 802.11a/b/g-producten.

Ondanks zijn acceptatie heeft 802.11g last van dezelfde interferentie als 802.11b; beide opereren in dezelfde 2,4GHz-band en hebben soms last van apparaten als magnetrons, Bluetooth-devices en draadloze telefoons.

802.11n

De IEEE kondigde in januari 2004 aan dat het een nieuwe 802.11-werkgroep gevormd had om een nieuwe toevoeging aan de 802.11-standaard voor te bereiden. Het officiële doel was dat de datadoorvoer (technisch gedefinieerd als de doorvoer boven de Medium Access Controller.  (MAC)) een theoretische 100 Mbit/s moest halen (wat een snelheid van minstens 130 Mbit/s op de fysieke layer vereist).

Voor marketingdoeleinden wordt echter gemikt op minimaal 5 maal de snelheid van de huidige 802.11a en 802.11g, die op hun beurt weer 5 maal sneller zijn dan 802.11b wat op zijn beurt weer ongeveer 5 maal sneller is dan de originele 802.11-specificatie. Voornamelijk om de makers van mobiele telefoons tegemoet te komen is de minimale vereiste doorvoer op de fysieke laag echter niet hoger dan 65 Mbit/s voor terminals (voor access points is dit 130 Mbit/s).

De primaire onderliggende techniek is een combinatie van MIMO, Multiple Input Multiple Output en de nu in de specificatie vastgelegde channelbonding, gecombineerd met efficiëntere aggregatie methoden in de MAC laag. Het gebruik van MIMO vergt meerdere antennes waarover meerdere (maximaal 4) datastromen parallel worden verstuurd. De bonding van maximaal twee kanalen verhoogt de datadoorvoer met een factor 2. De totale doorvoer in de fysieke laag is dus 8 maal zo hoog als in 802.11a.

Sinds ongeveer halverwege 2004 concurreerden twee voorstellen voor de 802.11n-standaard: WWise (ondersteund door bedrijven zoals Airgo Networks, Broadcom, Conexant, STMicroelectronics, Nokia, Motorola en Texas Instruments) en TGn Sync (ondersteund door onder andere Intel, Agere Systems, Atheros, Cisco, Nortel, Sony, Philips, Samsung en Toshiba). De strijd tussen deze twee kampen werd in januari 2006 beslecht met een compromis, dat als eerste kladstandaard als IEEE 802.11n werd aangenomen.

Die eerste draft leverde meer dan 10.000 opmerkingen en vragen op. Daarom werd een tweede kladversie gepubliceerd in januari 2007 die aangenomen werd op 12 maart 2007. De final approval van de 802.11n-standaard volgde uiteindelijk op 11 september 2009.

Op 14 april 2006 presenteerden Linksys, Netgear, Buffalo Technology, Belkin en D-Link de eerste pre-802.11n-routers, vaak gebaseerd op de Airgo-chipset. Later kwamen de meeste fabrikanten ook met draft-802.11n toestellen uit, maar hierover was de ontgoocheling vrij algemeen: de prestaties van de pre-802.11n-toestellen moeten zeker niet onderdoen voor hun recentere kladversiebroertjes. Vooral bij langere afstand zijn de pre-n-routers vlotter dan de klad-n-routers.

In januari 2007 kondigt Apple aan dat zijn meest recente Core 2 Duo-apparatuur pre-802.11n-compatibel is. Daarnaast brengen ze een Airport Extreme-router uit, die werkt volgens de pre-802.11n-standaard.

802.11ac

De IEEE heeft 802.11ac voor december 2012 op de agenda. 802.11ac moet 1Gbps-snelheden bieden, deze snelheid wordt mogelijk door 3 antennes te gebruiken in plaats van de gebruikelijke twee en zal de 5GHz-band gebruiken met kanalen ter breedte van 80 MHz

802.11u

De IEEE 802.11u-standaard maakt roaming over wifinetwerken mogelijk. Apparaten kunnen automatisch herkennen of ze over een wifinetwerk kunnen roamen naar het internet.

START TYPING AND PRESS ENTER TO SEARCH